Een verhuizing die samenhangt met een levensfase (bijvoorbeeld ouder worden en kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen) is voorzienbaar. Omdat inwoners voor dit soort verhuizingen geld kunnen reserveren, worden deze verhuizingen als algemeen gebruikelijk beschouwd. Hiervoor wordt dus geen verhuiskostenvergoeding verstrekt. Ook als de inwoner voor het eerst zelfstandig gaat wonen en bekend is met een beperking, dan wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt. Als sprake is van een dusdanig laag inkomen dat geld reserveren niet of slechts in beperkte mate mogelijk is, dan kan hiervoor een beroep worden gedaan op de bijzondere bijstand. Als de inwoner als gevolg van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing geconfronteerd wordt, dan kan mogelijk wel een verhuiskostenvergoeding verstrekt worden. Dit is maatwerk.
De hoogte van de verhuiskostenvergoeding wordt afgestemd op de grootte van het huishouden. Het betreft een financiële tegemoetkoming voor de kosten van verhuizing en stoffering.
De inwoner moet zelf naar een geschikte woning zoeken. Een cliëntondersteuner kan, als dat nodig is, ondersteuning bieden. Het Wmo loket bekijkt samen met de inwoner de woning om te beoordelen of deze geschikt is. Uiteraard beslist de inwoner zelf of hij de woning wil aanvaarden. Bij een weigering wordt de inwoner gewezen op het feit dat er slechts weinig aangepaste woningen vrijkomen.
Tenslotte kan een verhuiskostenvergoeding verstrekt worden als de inwoner een aangepaste woning op verzoek van de gemeente verlaat. Het betreft hier situaties waarin de inwoner voor wie de woning aangepast was, verhuisd is naar een Wlz instelling of waarin een partner, waarvoor de aangepaste woning noodzakelijk was, overleden is.
In uitzonderlijke situaties kan (voor maximaal drie maanden) een vergoeding verstrekt worden voor tijdelijke dubbele woonlasten, als de inwoner bijvoorbeeld tijdens de uitvoering van de woningaanpassing niet in de eigen woning kan wonen.