De gemeente heeft de vrijheid om bij een hernieuwde bijstandsaanvraag na een periode vanbijstandsverlening (al dan niet onder verband van krediethypotheek/pandrecht) uit te gaan van dewaarde van het goed op dat moment. Op dit punt wordt echter aangesloten bij het oude besluit
krediethypotheek bijstand waarbij een onderbreking van minder dan twee jaar werd uitgegaan vandezelfde geldlening die bij de eerdere bijstandsverlening was toegepast.
Bijlage 1: Afwegingskader gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is “de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten” (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Wat vinden we redelijk als het gaat om gebruikelijke hulp? Als de zorg de gebruikelijke hulp overstijgt, moet er dan een voorziening worden geleverd? In welke verhouding staat gebruikelijke hulp tot mantelzorg? Wanneer vinden we het reëel en redelijk om een pgb te verstrekken voor zorg die wordt verricht door een huisgenoot?
Over deze vragen gaat dit kader. Het kader heeft tot doel om voor de uitvoeringspraktijk het begrip gebruikelijke hulp concreter te maken en handvatten te bieden voor het onderzoek.
Gebruikelijke hulp gaat om hulp aan huisgenoten die een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de inwoner met beperkingen of kwetsbaarheden. We spreken van gebruikelijke hulp als het gaat om huisgenoten die met de inwoner met beperkingen of kwetsbaarheden één woning delen, samen een leefeenheid vormen en daardoor bepaalde momenten op een dag samen zijn. De vraag is hoe vaak dat voorkomt en of het mogelijk is dan de hulp, die nodig en passend is, te krijgen van de huisgenoot of huisgenoten. Dit kan concreet in kaart worden gebracht. Er mag vanuit worden gegaan dat het algemeen gangbaar is dat huisgenoten elkaar helpen met de dagelijkse activiteiten. Met name als het gaat om kortdurende hulp hoeft het geen probleem te zijn voor huisgenoten om elkaar te helpen. Ook hulp die de huisgenoot weinig moeite kost en/of meegenomen kan worden in de dagelijkse activiteiten, mag verwacht worden van de huisgenoot, zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.
Wat redelijk is hangt af van de specifieke situatie van een inwoner en zijn huisgenoot(en). Iedere situatie is anders en dient met maatwerk bekeken te worden. De redelijkheid bepaalt dus wat als gebruikelijke hulp kan worden geduid.
Bij volwassenen onderling kan van partners ten opzichte van elkaar aangenomen worden dat een groot deel van het sociaal verkeer gezamenlijk plaatsvindt, en begeleiding onderling dus gebruikelijk is.
Bij opgroeiende jongeren (18 tot 23 jaar) kan van ouders verwacht worden dat zij hun thuiswonende jongeren (nog) helpen bij zaken waar zij tegenaan lopen in hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Dit kan onder meer het volgende zijn: uitleg en hulp bij het voeren van een huishouden, aanleren van huishoudelijke taken, het koken, boodschappen doen, bijhouden van een administratie, studiekeuzes, helpen bij huiswerk, het huren of kopen van een woning, klankbord zijn bij lastige situaties, etc.
Evenwicht tussen draagkracht en draaglast.
Kan de last, naar algemeen aanvaarde opvattingen, in redelijkheid gedragen worden door de huisgenoot? Het antwoord op deze vraag is voor iedereen anders. Hulp die weinig moeite kost en in de dagelijkse werkzaamheden van de huisgenoot meegenomen kan worden, mag in redelijkheid van de huisgenoot verwacht worden.
De geleverde hulp door de huisgenoot die de gebruikelijke hulp in omvang en intensiteit overstijgt, wordt gezien als niet gebruikelijke hulp. De inzet van mantelzorg (in het verlengde van gebruikelijke hulp) kan er alsnog toe leiden dat een maatwerkvoorziening niet nodig is. Dit betekent dat de huisgenoot gebruikelijke hulp en mantelzorg zou kunnen leveren. Hierbij is het van belang dat onderzocht wordt in hoeverre er bij de huisgenoot, die gebruikelijke hulp en mantelzorg levert, sprake is van (dreigende) overbelasting voor langere tijd. Indien dit het geval blijkt te zijn, zal de hulpvraag van de inwoner (deels) door een maatwerkvoorziening moeten worden opgelost. Dit houdt in dat er of in natura of met een pgb professionele hulp ingezet zal worden.
Artikel 48g