Een belastingplichtige die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak, van een of meerdere personen van het huishouden op zijn of haar perceel, permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak, wordt op schriftelijk verzoek achteraf vrijstelling verleend van een gedeelte van de belasting als bedoeld in artikel 5.
De vrijstelling voor de verwijdering van restafval in enig belastingtijdvak is per maand van het belastingtijdvak voor:
degene die gebruik maakt van een 80 liter container gelijk aan het twaalfde deel van de verschuldigde belasting voor 17 ledigingen;
degene die gebruik maakt van een 140 liter container gelijk aan het twaalfde deel van de verschuldigde belasting voor 10 ledigingen;
degene die gebruik maakt van een 240 liter container gelijk aan het twaalfde deel van de verschuldigde belasting voor 6 ledigingen.
degene die gebruik maken van 25 en of 40 liter bij het ondergronds systeem gelijk aan het twaalfde deel van de verschuldigde belasting omgerekend naar 1300 liter.
Met dien verstande dat slechts die ledigingen in aanmerking komen voor vrijstelling die liggen boven het aantal ledigingen van de restafvalcontainer, zoals vastgelegd in de ‘Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen’ en gebaseerd is op het gemiddeld aantal ledigingen in de gemeente.
Een verzoek om vrijstelling dient binnen zes weken na afloop van enig belastingtijdvak bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet, bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel twaalfde gedeelten van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de ziekte of het lichamelijk ongemak in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel twaalfde gedeelten van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige of een medebewoner van het perceel waarvoor hij belastingplichtig is in dat belastingtijdvak volle maanden een ziekte of lichamelijk ongemak heeft als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
In afwijking van het bepaalde in de vorige leden van dit artikel kan het bedrag van de vrijstelling nooit meer bedragen dan de rechten die door de belastingplichtige over enig belastingtijdvak is verschuldigd.
Het bedrag van de vrijstelling wordt niet verrekend met verschuldigde afvalstoffenheffing of andere gemeentelijke heffingen.
Hoofdstuk II
Artikel 5a
Vrijstelling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016