De juristen zijn ten aanzien van de besluiten en betalingen, bedoeld in artikel 2 en 3, gemachtigd om gedeputeerde staten en de provincie te vertegenwoordigen tijdens (hoor)zittingen in het kader van bezwaar- en gerechtelijke procedures. Daartoe behoort de bevoegdheid om namens Gedeputeerde Staten verweerschriften, pleitnota’s of andere schriftelijke stukken over te leggen voor zover dit past binnen de vertegenwoordiging als hiervoor genoemd.
Artikel 6: