Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:
aanvullend openbaar vervoer: het openbaar-vervoervangnet dat
wordt ingezet daar waar de vervoervraag te laag is voor het
exploiteren van een reguliere lijndienst;
ambtelijk overleg basismobiliteit: een door de deelnemers en de
provincie Gelderland ingericht gremium, bestaande uit
beleidsambtenaren van de deelnemers en van de provincie
Gelderland en de directeur, dat zich bezighoudt met de
doorontwikkeling van de basismobiliteit en de advisering over de
beheertaken gericht op de kwaliteit en kosten van het
vervoersysteem;
basismobiliteit: de mogelijkheid voor burgers om zich
zelfstandig en tegen een redelijk tarief te verplaatsen met een
vorm van aanvullend openbaar vervoer of het
doelgroepenvervoer;
deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders die aan
deze regeling deelnemen;
dienstverleningsovereenkomst: een overeenkomst tussen de
rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever)
en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de
afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd;
directeur: de directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie;
doelgroepenvervoer: de niet-openbare vervoerssystemen waarvoor
de gemeentenop grond van specifieke wet- en regelgeving
verantwoordelijk zijn;
ontwikkelteam:een door het ambtelijk overleg basismobiliteit
ingestelde werkgroep;
regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit;
wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit