**1..** Bij een stemming wordt gestemd en besloten op basis van de principes
‘elk lid één stem’ en ‘gewone meerderheid van de uitgebrachte
stemmen’.
**2..** Voor besluiten gericht op vaststelling van de begrotingskaders, de
begroting, de jaarrekening, de bestemming, van de reserves en de
vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in artikel 29,
tweede lid, geldt bij een stemming de aanvullende eis dat ten minste
een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen
nodig.
**3..** Voor de totstandkoming van besluiten tot vaststelling van het
liquidatieplan als bedoeld in de artikelen 27, vijfde lid, is ten
minste tweederde van de uitgebrachte stemmen nodig, waaronder dat
van de vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer.
**4..** Een lid van het bestuur dat van opvatting is dat een besluit als
bedoeld in het eerste lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen
leidt voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan een
herstemming aanvragen.
**5..** Bij een herstemming geldt het principe van gewogen stemmen, afgeleid
van het aantal inwoners per gemeente op de datum dat deze regeling
in werking treedt.
**6..** Het aantal stemmen dat elk lid van het bestuur kan uitbrengen,
bedraagt voor gemeenten:
**a..** met meer dan 40.000 inwoners: één stem per 10.000 inwoners, waarbij
naar boven wordt afgerond als het gaat om meer dan 5.000 inwoners
tussen twee meetpunten;
**b..** tot en met 40.000 inwoners: drie stemmen per gemeente.
**7..** Bij herstemming is slechts sprake van een rechtsgeldig genomen
besluit als het besluit met in achtneming van het bepaalde in het
zesde lid is genomen én
**a..** ten minste 2/3 van de gewogen stemmen voor het besluit zijn én
**b..** ten minste de vertegenwoordigers van vijf verschillende deelnemers
voor het besluit hebben gestemd.