Deze verordening verstaat onder:
vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde kampeeronderkomens, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
niet beroepsmatig verhuurde ruimte: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden worden;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde kampeeronderkomen;
vaste ligplaats: een water of gedeelte van een water dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar afmeren, dan wel ten anker leggen van eenzelfde vaartuig;
vaartuig: een vaartuig dat is bestemd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting 2010