Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 18

- Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op raadscommissies 2015

Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht). Het woord kan niet gevoerd worden over: Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; Benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel