Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren
(spreekrecht).
Het woord kan niet gevoerd worden over:
Een besluit van het gemeentebestuur waartegen
bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
opengestaan;
Benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van
personen;
Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1
van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon
worden ingediend.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt
dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de
vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding
van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp
waarover hij het woord wil voeren.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van
aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde
afwijken, als dit in het belang is van de orde van de
vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter
hem dit heeft verleend.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 18
- Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op raadscommissies 2015