**1..** Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek indienen
tot het houden van een referendum over een voorgenomen besluit van
de raad.
**2..** Dit inleidende verzoek moet ten minste vijf werkdagen voor de
raadsvergadering, waarvoor het voorgenomen raadsbesluit is
geagendeerd, schriftelijk bij het college worden ingediend.
**3..** Het inleidend verzoek moet worden gedaan door een aantal
kiesgerechtigden, dat tenminste gelijk is aan 1% van de
kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Oisterwijk ten tijde van de
laatst gehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad .
**4..** In het inleidend verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen
raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een
handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam,
adres, leeftijd en woonplaats.
**5..** De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op
een daartoe door het college verstrekt standaard formulier, dat ter
ondertekening op het gemeentekantoor ligt. Bij het plaatsen van een
handtekening op het formulier dient de kiesgerechtigde zich te
legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.
**6..** Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt
gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van
een referendum.
**7..** Uiterlijk vóór 16.00 uur van de dag voorafgaand aan de dag waarop de
raadsvergadering wordt gehouden waarvoor het voorgenomen
raadsbesluit is geagendeerd, maakt het college aan de raad bekend of
naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van
een inleidend verzoek.
**8..** De raad beslist in de raadsvergadering waarvoor het voorgenomen
raadsbesluit is geagendeerd of aan de vereisten voor het indienen
van een inleidend verzoek is voldaan en besluit tevens of over het
voorgenomen raadsbesluit, met inachtneming van de weigeringsgronden
uit artikel 4, tweede lid, van deze verordening een referendum kan
worden gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de
eerstvolgende raadsvergadering.
**9..** Indien de raad van mening is dat de weigeringsgrond uit artikel 4,
tweede lid, aanhef en onder g of h van deze verordening van
toepassing is, verzoekt de raad de referendumcommissie hierover een
advies uit te brengen. In dat geval wordt de beslissing op het
inleidende verzoek verdaagd tot de eerstvolgende
raadsvergadering.
Hoofdstuk 3:
Artikel 7.