Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 23

Artikel 23

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Zutphen 2006

1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 20, 21 en 22, een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend indien: a die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, als bedoeld in artikel 15, en b de ambtenaar de toelage – als bedoeld in artikel 20, 21 en 22 – direct voorafgaand aan het tijdstip van bovenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage – als bedoeld in artikel 20, 21 en 22 – een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien de ambtenaar de toelage – als bedoeld in artikel 20, 21 en 22 – direct voorafgaand aan het tijdstip van bovenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende ten minste 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. 3. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en onmiddellijk voor aanvang van die toelage gedurende ten minste 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage – als bedoeld in artikel 20, 21 en 22 – heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid. 4. Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking een onderbreking van langer dan twee maanden verstaan. 5. Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel