De vergunningprocedure is gebaseerd op de bepalingen in de APV en wordt hieronder nader uitgewerkt.
Een vergunning kan worden aangevraagd door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier mogelijk vergezeld van een situatietekening en dient te worden ingediend bij:
Burgemeester en wethouders van Heerlen
Afdeling Publiekszaken
Postbus 1
6400 AA Heerlen
Een vergunning kan door het college worden geweigerd:
a) indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg (artikel 2.10, lid 4 onder a);
b) indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand (artikel 2.10 lid 4 onder b);
c) in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak (artikel 2.10 lid 4 onder c);
Een medewerker van de afdeling Publiekszaken zal indien nodig voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een bezoek brengen aan de locatie waar aanvrager voornemens is de stoffen of voorwerpen te plaatsen en de situatie door middel van foto’s vastleggen.
De medewerker zal ter plaatse beoordelen of een van de weigeringsgronden als omschreven in artikel 2.10 lid 4 van toepassing is of dat een andere locatie meer geschikt is om de stoffen of voorwerpen te plaatsen.
Een vergunning kan bijvoorbeeld worden geweigerd indien er voldoende gelegenheid is om de stoffen of voorwerpen op eigen terrein te plaatsen, de verkeersveiligheid niet gewaarborgd kan worden of er onvoldoende ruimte is in verband met parkeerdruk.
Tevens gaat de voorkeur uit naar het plaatsen van de voorwerpen of stoffen op een verharde ondergrond in plaats van op een onverharde ondergrond.
Het plaatsen van stoffen of voorwerpen in gemeentelijke plantsoenen en op gemeentelijke gazons is onder geen enkel beding toegestaan.
Indien de aanvraag tot vergunningverlening wordt geweigerd ontvangt de aanvrager hierover schriftelijk bericht.
Indien de vergunning wordt verleend wordt deze aan de aanvrager toegestuurd.
In de vergunning wordt aangegeven:
a) de geldigheidsduur van de vergunning;
b) een afbakening van de exacte locatie waar de stoffen of voorwerpen geplaatst mogen worden;
c) de hoogte van de waarborgsom die dient te worden voldaan alvorens tot gebruik van de vergunning mag worden overgegaan;
d) of en welke nadere voorschriften/voorwaarden aan het gebruik van de vergunning worden verbonden.
Deze voorschriften/voorwaarden kunnen onder andere betrekking hebben op het voorkomen van schade en vervuiling van de weg of de verkeersveiligheid;
e) de hoogte van de leges die verschuldigd zijn.
Als er een waarborgsom betaald is , zal indien de geldigheidsduur van de vergunning is verstreken een medewerker van de afdeling Publiekszaken ter plaatse een inspectie uitvoeren om te beoordelen of de weg gereinigd is en of er schade is ontstaan.
De vergunninghouder is verplicht het in gebruik genomen openbaar gebied en directe omgeving na afloop vrij van rommel en onbeschadigd achter te laten.
Achtergebleven verontreiniging en beschadigingen zullen van gemeentewege worden opgeruimd c.q. hersteld.
Artikel 9.
Vergunningprocedure
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit plaatsen van voorwerpen op of aan de openbare weg in strijd met de publieke functie van de weg