Naar hoofdinhoud
1.. Het hoofd Jeugd en Gezin van de Stichting Centrum voor jeugd en gezin Midden-Limburg (CJG) heeft binnen door het college eventueel te geven richtlijnen, mandaat ten aanzien van: het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 5 van de Verordening Jeugdhulp omtrent het treffen van een individuele voorziening genoemd in artikel 2.2 en 2.3 van de Verordening Jeugdhulp; het nemen van een besluit omtrent het verstrekken van een pgb als bedoeld in artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp; het nemen van een besluit omtrent het herzien en intrekken van een beslissing aangaande een individuele voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Verordening Jeugdhulp; het geheel of gedeeltelijk vorderen van de geldswaarde van een ten onrechte genoten individuele voorziening of een ten onrechte genoten pgb als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Verordening Jeugdhulp; het intrekken van een beslissing tot verlening van een pgb als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Verordening Jeugdhulp; het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6.1.2, vijfde lid van de Jeugdwet waarbij wordt bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is; het indienen van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 6.1.8, eerste lid van de Jeugdwet. 2.. De navolgende bevoegdheden worden voorbehouden aan het college: het toepassen van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 11 van de Verordening Jeugdhulp, tenzij het college in incidentele gevallen anders besluit; het beslissen op een bezwaarschrift.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel