**1..** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
Vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen;
mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op:
2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;
3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt;
kampeermiddelen op niet vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3.
**2..** Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen heeft overnacht wordt:
ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:
ten hoogste drie maanden bepaald op 20;
meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 40;
meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 60;
meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 80;
ingeval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen op niet-vaste standplaatsen bepaald op 365.
**3..** Het aantal kampeermiddelen als bedoeld in het eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2016