Naar hoofdinhoud

Artikel X.

Schending van de code

Onderdeel van Gedragscode voor bestuurders 2009

10.1. De voorzitter van de raad heeft een eigen rol ten aanzien van gedragingen van raadsleden en duo-raadsleden. Indien het vermoeden bestaat dat een (duo)raadslid  een bepaling van de code overtreedt, stelt de voorzitter, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van leden van de raad, een onderzoek in. De voorzitter bespreekt de kwestie met betrokkene. Waar dit niet het gewenste effect heeft, legt de voorzitter de kwestie voor aan de desbetreffende fractievoorzitter  dan wel de vice-fractievoorzitter. Treedt er geen verandering op in de handelingen van het betreffende (duo)raadslid, dan informeert de voorzitter het seniorenconvent van de raad. De voorzitter formuleert daarbij een eindconclusie met betrekking tot de gedraging van het betrokken lid. 10.2. De overige leden van de raad maken een overtreding van de code door de voorzitter – in diens rol als voorzitter van de raad – aanhangig bij het seniorenconvent van de raad. 10.3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter van het college en de leden van het college.

Rechtspraak bij dit artikel