Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.

Artikel 34.

Ingekomen stukken

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de Raad 2016

1.. Alle aan de raad gerichte brieven en andere stukken worden direct na ontvangst in de leeskamer van de raad ter inzage gelegd in een daarvoor bestemde ordner op een daarvoor bestemde plaats. Tevens worden deze stukken vermeld op een bij de ordner ter inzage liggende lijst. De leden van de raad worden onverwijld in kennis gesteld van de ter inzagelegging. Dit geldt niet voor de brieven die worden ontvangen in het kader van een wettelijke procedure waarbij uitdrukkelijk de gelegenheid is gegeven een zienswijze omtrent een voornemen betreffende de totstandkoming van een raadsbesluit kenbaar te maken. In het geval als bedoeld in de vorige zin wordt de raad onverwijld in kennis gesteld van de kennisgeving waarbij mededeling wordt gedaan van de mogelijkheid om zienswijzen kenbaar te maken. De kenbaar gemaakte zienswijzen worden aan de raad kenbaar gemaakt in samenhang met het raadsvoorstel gericht op de totstandkoming van een raadsbesluit waarop de zienswijzen betrekking hebben. 2.. Tenzij de raad een andere regeling heeft vastgesteld voor de afdoening van de ingekomen stukken, stelt de raad na de vaststelling van de notulen op voorstel van het college de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Rechtspraak bij dit artikel