Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 41.

Amendementen en subamendementen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de Raad 2016

1.. Ieder lid dat in de Besluitvormende Raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit (amendementen). Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter; 2.. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement); 3.. Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet schriftelijk of elektronisch bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan; 4.. Een (sub-)amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst ervan geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden verwerkt; 5.. Intrekking, door de indiener(s), van het subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de vergadering heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel