De persoon met beperkingen aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend en die daarmee een voorziening in eigendom heeft verworven, moet, als hij deze voorziening binnen de termijn waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend niet meer gebruikt:
de voorziening om niet overdragen aan de gemeente, óf
de restwaarde op basis van de aanschafprijs van de voorziening aan de gemeente vergoeden, op basis van het navolgende schema:
Periode
Rolstoel-voorziening
Vervoers-voorzieningen
Roerende woon-voorzieningen
Gedurende het eerste jaar na verstrekking
90%
90%
90%
Gedurende het tweede jaar na verstrekking
75%
75%
75%
Gedurende het derde jaar na verstrekking
60%
60%
60%
Gedurende het vierde jaar na verstrekking
45%
45%
45%
Gedurende het vijfde jaar na verstrekking
30%
30%
30%
Gedurende het zesde jaar na verstrekking
15%
15%
15%
Na zes jaar
0%
0%
0%
2.
Het college kan van het in het eerste lid aangegeven afschrijvingsschema afwijken, als de belanghebbende aannemelijk maakt dat vanwege intensief gebruik een eerdere afschrijving noodzakelijk is.
Hoofdstuk 7Terugvordering,
Artikel 30
Overdracht / vergoeding restwaarde van de voorziening, bekostigd met persoonsgebonden budget, bij geen gebruik
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2010