Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 26

Citeertitel

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2011

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2011. Aldus besloten in de vergadering van 21 december 2010. Het college van burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris, de burgemeester, Th.M.M. Hoex E. Tuijnman. Algemene toelichting Bereik Op dit moment telt het Wmo-loket 2.200 inwoners die een voorziening benutten. De totale groep die kampt met lichamelijke beperkingen beslaat 6.000 inwoners. Aanname is dat het aantal de komende tien jaar oploopt tot 9.000. Licht verstandelijk gehandicapten (135 inwoners) en de GGZ-groep (5.500 verwijzingen huisarts per jaar) vormen geen onderdeel van de telling, maar zijn eveneens onderdeel van de doelgroep. Spectrum verwerkt als onderzoeksbureau van de provincie Gelderland de cijfers van het SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) en stelt prognoses op. Betrokkenen vinden nog niet allemaal de weg naar het Wmo-loket. Werkgroep OVBMV De Cliëntenraden Wmo en WWB namen deel aan de ambtelijke werkgroep OVBMV (opschonen verordening en besluit maatschappelijke voorzieningen) en leverden een waardevolle bijdrage. De werkgroep startte met de werkzaamheden in februari 2010 en sloot de beraadslagingen af in september 2010. In oktober 2010 volgde de formele advisering vanuit de Cliëntenraden over de verordening; in december 2010 over het Besluit. Nieuw; De Kanteling Het voorliggende Besluit wijkt aanzienlijk af van voorgaande jaren. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning vormt met de Verordening maatschappelijke ondersteuning twee zijden van eenzelfde medaille. De raad legt met de verordening de bevoegdheid voor het nemen van het Besluit bij het college. Daarmee kan het college jaarlijks genoemde zaken bijstellen. In de verordening en het Besluit is De Kanteling verwerkt. Met deze term onderstrepen Rijk, VNG en nationale patiëntenverenigingen de omslag van de voormalige Wvg (Wet voorzieningen gehandicapten) naar de Wmo. Het gaat niet langer om het recht op een scootmobiel. Daar treedt de opdracht voor de gemeente voor in de plaats om het gewenste resultaat van een inwoner vast te leggen en te bespreken op welke wijze men daar zelf in kan voorzien. Daar passen verwijzingen naar alledaagse en algemene voorzieningen bij. Ook de toelichting bij de verordening verwijst naar De Kanteling en naar de werkwijze die de gemeente daarbij voor ogen staat. Als de eigen kracht niet langer volstaat, kan de gemeente inspringen met een voorziening. Daar past dan een eigen bijdrage van betrokkene bij die rekening houdt met zijn inkomen. De Wmo breekt met de claimende burger. De gemeente stelt daar Het gesprek voor in de plaats. In alle redelijkheid bespreekt een consulent van het Wmo-loket de gewenste resultaten en mogelijkheden met de aanvrager. Eigen bijdragen Het Besluit voert eigen bijdragen in voor hulpmiddelen (behalve de rolstoelen). Het collegeprogramma 2010-2014 vermeldt: ‘Voor het gebruik van Wmo-voorzieningen (individueel en collectief) vragen we een inkomensafhankelijke bijdrage.’ Het Besluit werkt deze stelling van het college uit, gegeven de wens om tot een zo schappelijk mogelijke prijsstelling te komen. De verwijzing naar de inkomensafhankelijke wijze van heffen draagt daartoe bij. De situatie die voor de hulp bij het huishouden (HbH) al gold, gaat nu gelden voor alle hulpmiddelen en voorzieningen die de gemeente op basis van de Wmo verstrekt. Doel Doel is het besef bij inwoners dat hulpmiddelen geld kosten en dat de gemeente daar een (redelijke want inkomensafhankelijke) bijdrage voor vraagt. Doel mag niet de bijdrage aan de operatie Schatgraven zijn. Vertegenwoordigers van de twee Cliëntenraden Wmo en WWB benadrukken dit en het besluit sluit daarop aan. De invoering van eigen bijdragen op Wmo-hulpmiddelen is niet ingegeven uit bezuinigingsmotieven. Het verwachte effect bestaat eruit dat inwoners voorzieningen inleveren als men er geen gebruik meer van maakt. Het schrikbeeld van de rij bestofte scootmobielen in de gang van het verzorgingshuis eindigt daarmee, is de verwachting. Als hulpmiddelen niet meer voldoen zullen cliënten ze terugbrengen en inleveren. Mogelijk zien inwoners af van een voorziening als blijkt dat de gemeente een eigen bijdrage verlangt. Tijdens Het Gesprek zal de consulent wijzen op de noodzaak van de voorziening, de vanzelfsprekendheid dat daar een eigen bijdrage tegenover staat en dat de gemeente het verschil bijpast; de eigen bijdrage dekt in de meeste gevallen immers niet de kosten. Kosten stijgen Kleinere woonvoorzieningen komen niet meer voor bekostiging in aanmerking. Bovendien springt de prijs van een uur HbH omhoog, als laatste tranche om bij de prijsstelling van de regio aan te sluiten. De overgangsregeling ‘persoonsgebonden HbH’ (pgb HbH) eindigt op 31 december 2010. Alle pgb HbH ontvangen eenzelfde bedrag per uur om zelf (niet ‘in natura’ HbH) te regelen. Inkomensafhankelijk Een laag inkomen leidt tot een lage bijdrage. Een hoger inkomen leidt tot een hogere bijdrage. Voor elk inkomensniveau geldt een maximum. De betrokkene betaalt nooit meer dan het maximum dat voor zijn of haar inkomen geldt. De redelijkheid is daarmee gestoeld op solidariteit. De breedste schouders dragen de zwaarste lasten; iedereen naar draagkracht. Het CAK (Centraal Administratiekantoor) draagt zorg voor de inning van de eigen bijdragen. De regering wees het CAK aan om die taak uit te voeren. Het CAK voert eveneens de Wtcg uit (Wet chronisch zieken en gehandicapten). Dit houdt in dat het CAK in de facturering bij de Wmo de kortingen opneemt die de Wtcg toestaat. De gemeente speelt hierbij geen rol anders dan dat het college de NAW-gegevens van de inwoners die een Wmo-voorziening ontvangen doorgeeft. Huur Het college kiest ervoor om de hulpmiddelen die de gemeente verstrekt (en die in eigendom van de gemeente blijven) in de vorm van huur uit te geven en in rekening te brengen. De afschrijvingsperiode bepaalt de hoogte van de huursom. Algemeen en voorliggend De Wmo is in beweging. De regelingen volgens dit Besluit kunnen de komende jaren muteren afhankelijk van de beleidsontwikkeling waar de gemeente op uitkomt. Het streven is erop gericht meer algemene en voorliggende voorzieningen te komen. Als voorbeeld in ontwikkeling: Uitleenservice hulpmiddelen; Uitleenservice scootmobielen; Splitsen vormen van hulp bij het huishouden; Mobiliseren middenstand; Zoeken naar andere vormen van vrijwilligersinzet. Artikelen en verschillen Ten opzichte van andere gemeenten en ten opzichte van het vorige Besluit treden nog meer mutaties op, die de werkgroep tijdens de voorbereiding accordeerde. Hieronder staan de belangrijkste: Verwijzingen naar andersoortige vormen van huisvesting zoals woonschepen en woonwagens zijn geschrapt. De werkgroep beschouwde deze verwijzingen als overbodig. Het gewenste resultaat staat voorop. Kunnen wonen in een geschikt huis hoort daarbij en daar voegen verwijzingen naar prijzen en grenswaarden en vormen van huisvesting niets aan toe. Het oude Besluit kende artikelen die rekening hielden met ‘Kosten in verband met tijdelijke ruimte’ en ‘Bezoekbaar maken van één woonruimte’. Het betrof bijvoorbeeld kosten van woningeigenaren (corporaties) die aangepaste woningen vrij houden voor aanstaande huurders met een Wmo-indicatie. Tot dusver werd geen aanspraak gemaakt op deze artikelen. De noodzaak om de mogelijkheid te continueren ontbrak. Artikel 2, derde lid en artikel 3, derde lid leggen de terugvordering vast. Het oude Besluit kende een reeks artikelen die de rechtsgrond voor terugvordering gedetailleerd vastlegde. Die reeks vervalt. De redenering luidt dat de heffing van een eigen bijdrage ertoe bijdraagt dat cliënten afzien van een voorziening als die niet meer voldoet of niet meer in gebruik is. Men betaalt er huur voor (in de vorm van een eigen bijdrage). Artikel 4. Het Rijk helpt de redelijkheid bepalen. Jaarlijks biedt het Rijk via het Besluit en het CAK het overzicht aan van inkomensniveaus en bijbehorende maximale eigen bijdragen. Jaarlijks beslist elke gemeente dit voorstel te volgen of ervan af te wijken. Het Besluit 2011 volgt de indeling van het Rijk en CAK onverkort en zonder mutaties (Staatscourant 2010, nr. 18021). Artikel 5 legt de plichten vast voor de gemeente rond Het Gesprek. De leden van de Cliëntenraden hechten eraan dat het Besluit tijdslimieten vermeldt, waar cliënten rechten aan kunnen ontlenen. De verordening vermeldt geen tijdslimieten of doorlooptijden. Artikel 5 van het besluit regelt de termijn tussen aanmelding en ‘het maken van de afspraak’. Als gesprek en aanvraag rond zijn dan geldt de termijn die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt en is de gemeente verplicht binnen acht weken een beslissing te hebben genomen en de beschikking (waar bezwaar en beroep tegen openstaan) aan de aanvrager bekend te hebben gemaakt. Voor de goede orde verwijst deze toelichting naar de verordening artikel 7, tweede lid. Als aanleiding bestaat voor spoedeisende behandeling of verstrekking van hulpmiddelen, dan biedt de verordening daartoe de rechtsgrond. Na de levering kan dan altijd nog het gestelde in artikel 5 van het Besluit zijn beslag krijgen en tot een eventuele bijstelling van de verstrekking leiden. Artikel 9, tweede lid wijst erop dat alleen woningvoorzieningen ter sprake komen als die meer dan € 300,- bedragen. Tot dusver vergoedde de gemeente alle beugels, handgrepen, douchestoeltjes en drempelmatten. Bovendien zorgde de gemeente ervoor dat de voorzieningen werden aangebracht of vastgeschroefd. Voor kleine spulletjes geldt dat dus niet meer. De werkgroep vindt het redelijk als inwoners zich voor deze kleine zaken tot de doe-het-zelfzaken wenden. Het aanbrengen en bevestigen bieden de meeste winkels eveneens aan als service. Dit wordt voortaan als een algemene voorziening (in de winkel voor een redelijke prijs voor iedereen binnen bereik) beschouwd, waardoor de gemeente deze kleine woonvoorzieningen niet meer aanbiedt en bekostigt. Artikel 20: in afwijking van hetgeen met de werkgroep werd besproken, trekt het Besluit de tarieven voor de Stadsregiotaxi gelijk aan de tarieven in de regio (€ 0,51 voor de eerste vijf zones per rit; € 0,33 idem voor inwoners die ouder zijn dan 65 jaar). Het advies van de Stadsregio werd op 22 november 2010 ontvangen, nadat de laatste werkgroepbijeenkomst had plaatsgevonden. Artikel 24 bevat het overgangsrecht. De werkgroep acht het van belang dat de gemeente op een correcte wijze het nieuwe Besluit invoert. De geringste mutatie kan tot commotie onder de inwoners leiden. Het is gepast daar met grote zorgvuldigheid mee om te gaan. Het artikel laat alle oude beschikkingen staan, uitgezonderd de tarieven waarvan al bekend was (of redelijkerwijs aangenomen kon worden) dat die jaarlijks muteren. De oude beschikkingen blijven staan totdat een nieuwe beschikking ervoor in de plaats treedt. Daar gaat dan een herindicatie en dus ook een Gesprek aan vooraf. Bijzondere aandacht verdient artikel 6 over de Hulp bij het huishouden: Het verschil tussen de tarieven ‘In natura’ en Pgb (persoonsgebonden budget) is verdedigbaar. De gemeente bekostigt de inzet van SVB (Sociale Verzekeringsbank) en Menzis waar budgethouders zich melden voor ondersteuning. Menzis zorgt ervoor dat de cliënten nettobetalingen ontvangen (na verrekening van de eigen bijdrage) en de SVB zorgt ervoor dat de budgethouders verzekerd zijn, betaling van een vervangende hulp geregeld is, dat de Arbodienst beschikbaar staat of dat de boekhouding gevoerd wordt. Voorheen kende het Besluit voor de budgethouders HbH een bedrag van € 250,- dat men niet hoefde te verantwoorden. Dit bedrag, zo luidde de redenering, zou bestemd kunnen zijn voor een attentie of andere bijzondere uitgaven die met het budgethouderschap van doen hebben. Gelet echter op het feit dat budgethouders alleen nettobedragen verantwoorden, vast te stellen door Menzis en SVB, lijkt dit (toch) niet redelijk. Het aandeel aan eigen bijdragen onttrekt zich immers aan de verantwoording; attenties en bijzondere uitgaven kunnen budgethouders ten laste van de brutokosten brengen. De eigen bijdrage op Pgo (praktische gezinsondersteuning) is niet van toepassing. Pgo is een zwaardere vorm van hulp in de huishouding als sprake is van een gezin dat moeilijkheden bij het opvoeden ondervindt. De HbH heeft de functie van een interventie. De factuur staat op naam van het kind en het Rijk verbiedt daarvoor een eigen bijdrage te heffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel