**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand:
hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
hakhout:
een of meer bomenof boomvormers die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
boom:
een houtachtig, overblijvend gewas dat
eenstammig of meerstammig is, van meerstammigheid is sprake als de stammen zich bovengronds vertakken,
op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld een dwarsdoorsnede van de stam, of bij meerstammigheid van de dikste stam, heeft van tenminste 10 cm;
dunning:
velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
bebouwde kom:
de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.
iepziekte:
de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepenspintkever:
het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
HOOFDSTUK 4. › Afdeling 4.
Artikel 127.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening