1.
Het college kan de inburgeringsplichtige op aanvraag ontheffing verlenen van de inburgeringsplicht als het voor hem op grond van aantoonbare geleverde inspanningen redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen, mits hij:
a.
minimaal gedurende één jaar een cursus heeft gevolgd (eigen inkoop of een aanbod van de gemeente) die opleidt naar het vereiste niveau, én
b.
heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk aan de cursus heeft deelgenomen en deze heeft afgerond, én
c.
i.
minimaal eenmaal aan het examen heeft deelgenomen, óf
ii.
het inburgeringsexamen (ten minste één maal) heeft afgelegd en daarmee zulke slechte resultaten heeft bereikt dat deze aanleiding geven om te veronderstellen dat hij blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen, óf
iii.
als hij analfabeet is, meer dan 80% van de lessen aanwezig is geweest;
d.
ter onderbouwing van de criteria, zoals bedoeld onder a. tot en met c., een verklaring van het onderwijsinstituut overlegt waarin het volgende is opgenomen:
i.
waarom hij niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen;
ii.
de duur van het gevolgde traject en eventueel het aantal examens waaraan hij heeft deelgenomen, én
iii.
het aanwezigheidspercentage.
e.
In afwijking van het bepaalde onder a. tot en met d., wordt een inburgeringsplichtige ontheffing verleend als hij een met toetsresultaten of anderszins onderbouwde verklaring heeft overgelegd van een instelling die beschikt over het keurmerk inburgeren van Blik op Werk, waarin staat dat hij het leervermogen ontbeert om het inburgeringsexamen te behalen.
2.
Als het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen oordeelt dat het onbillijk is de inburgeringsplicht te laten voortduren, omdat het duidelijk is dat de inburgeringsplichtige ook in de toekomst niet in staat zal zijn het inburgeringsexamen te behalen, kan het college al eerder dan een half jaar voor afloop van de inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet, ontheffing van de inburgeringplicht verlenen.
3.
In bijzondere gevallen kan het college ambtshalve beslissen tot het verlenen van ontheffing van de inburgeringsplicht. Deze ambtshalve beslissing kan niet eerder worden genomen dan zes maanden voor afloop van de inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet.
Artikel 3
Ontheffing na aantoonbaar geleverde inspanningen
Onderdeel van Beleidsregel ontheffing van de inburgeringsplicht gemeente Overbetuwe 2011