**1.** Aan de directeur van de ODRU wordt mandaat verleend voor het inschrijven in de openbare registers van het Kadaster van:
de besluiten van Gedeputeerde Staten van Utrecht (hierna: het college), inhoudende vaststelling van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in artikel 110i van de Wet geluidhinder;
de mededelingen inzake het vervallen van de verplichting van het college om geluidwerende maatregelen te treffen ten aanzien van woningen of ander geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 114a van de Wet geluidhinder;
**2.** Aan de directeur van de ODRU wordt tevens mandaat verleend voor het doen van:
de mededelingen aan rechthebbenden op woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, inhoudende dat van overheidswege geen of slechts gedeeltelijk geluidwerende voorzieningen worden aangebracht als bedoeld in artikel 114a van de Wet geluidhinder en de artikelen 6.4, derde lid, 6.6, vierde lid, en 6.9, derde lid, van het Besluit geluidhinder.
**3.** Het mandaat, genoemd in dit artikel, houdt tevens de bevoegdheid in om alle daarvoor nodige handelingen te verrichten zoals die, genoemd in artikel 11b van de Kadasterwet.
**4.** Voor zover van toepassing wordt mandaat gelijkgesteld aan machtiging.
Artikel 1