De rechten, bedoeld in artikel 4 onder F.1.a. en F.2.a. moeten,
in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990, worden voldaan uiterlijk drie maanden na dagtekening van
het aanslagbiljet. In afwijking hiervan geldt dat ingeval het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of
als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,
minder is dan € 2.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen
door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
Andere rechten als die bedoeld in artikel 4 onder F.1.a. en
F.2.a. moeten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
Invorderingswet 1990, worden betaald binnen 1 maand na de
dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2016