Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Intrekkings – en wijzigingsgronden

Onderdeel van Verordening speelautomatenhal

1.. De speelautomatenhalvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: de aanwezigheidsvergunning voor de kansspelautomatenhal wordt ingetrokken; ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; gehandeld wordt in strijd met de aan de speelautomatenhalvergunning verbonden voorschriften; het lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie is beëindigd; indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken; de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven van de speelautomatenhalvergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. 2.. De aanwezigheidsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: de houder niet in het bezit is van een exploitatievergunning; de houder heeft gehandeld in strijd met de voorschriften opgenomen in de aanwezigheidsvergunning. 3.. Intrekking van de speelautomatenhalvergunning geschiedt niet, voordat de ondernemer bij aangetekende brief van dit voornemen in kennis is gesteld en in de gelegenheid is gesteld om in persoon of bij gemachtigde te worden gehoord. 4.. In afwijking van het derde lid, kan indien dringende omstandigheden zulks vorderen, de speelautomatenhalvergunning onmiddellijk worden ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel