Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › Afdeling 4.

Artikel 128.

Kapverbod

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.. Het verbod geldt niet voor: wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voorzover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 132; houtopstand op openbaar terrein waarvan de gemeente eigenares of rechthebbende is, welke verloren is gegaan en waarvoor herbeplanting plaatsvindt; houtopstand in tuinen of erven behorende bij woningen of daarmee vergelijkbare bedrijfspanden, die niet voorkomen op de door burgemeester en wethouders opgestelde lijst van waardevolle tuin- of erfbomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel