Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 7

Voortgang van het taaltraject

Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis Oldebroek 2016

In het taalplan staat wat het startniveau van de belanghebbende is, welk niveau haalbaar is en hoe lang belanghebbende nodig heeft om dit niveau te bereiken. Dit taalplan is het uitgangspunt voor de beoordeling van de inspanningen van de belanghebbende. Elke 6 maanden wordt belanghebbende opnieuw getoetst met behulp van de taaltoets. Een belanghebbende die bezig is met een traject in het kader van de Wet inburgering overlegt elke 6 maanden een getekende verklaring en bewijsstukken met betrekking tot deelname aan het traject. Belanghebbende hoeft dan geen taaltoets af te leggen. Indien er reden is om te twijfelen aan de voortgang of als er signalen zijn dat belanghebbende niet meer voldoet aan de inspanningsverplichting, wordt er zo spoedig mogelijk een gesprek gepland met belanghebbende. Als blijkt dat belanghebbende geen of onvoldoende inspanning verricht, moet belanghebbende een taaltoets afleggen, waarna het maatregelenregime van artikel 18 van de Participatiewet van kracht wordt. Indien belanghebbende onvoldoende scoort op de taaltoets, wordt onderzocht of er sprake is van omstandigheden die leiden tot een besluit tot aangepaste verlaging of geen verlaging. Geen verlaging vindt plaats indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt (zie artikel 8). Indien na onderzoek blijkt dat er sprake is van dringende redenen, wordt de verlaging afgestemd op de omstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel