Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Ermelo 2016

1.. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik toeziet op het aanbrengen van reclame; 2.. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen; 3.. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid onder a gestelde verbod; 4.. Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen van het in het eerste lid onder b. gestelde verbod tot een maximum van 50 lichtmastreclames in de gehele gemeente. 5.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 6.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen, als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; 7.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement; 8.. Het verbod in het eerste, tweede en derde lid geldt niet voor de Stationsstraat en de direct daar aansluitende pleinen, voor zover het bevoegd bestuursorgaan een vergunning heeft verleend voor een reclame-uiting, uitstalling en/of terras; 9.. Het bevoegd bestuursorgaan stelt beleidsregels vast, waar de in het achtste lid genoemde vergunningaanvragen aan moeten voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel