Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 30:

Bevoegdheden dagelijks bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek

1.. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de Wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het samenwerkingsverband; ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het samenwerkingsverband te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet; te besluiten namens het samenwerkingsverband, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2.. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. 3.. Het dagelijks bestuur is in het licht van het eerste en tweede lid in ieder geval belast met: het uitvoeren van de opdracht zoals bedoeld in artikel 5; het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van het samenwerkingsverband; het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van het samenwerkingsverband, alsmede op al wat het samenwerkingsverband aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden; het behartigen van de belangen van het samenwerkingsverband bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het samenwerkingsverband van belang is; het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten op het terrein van de opdracht van het samenwerkingsverband genoemd in artikel 5; het nemen van een besluit of het doen van een uitvoeringshandeling naar aanleiding van een uitspraak van een administratieve of civiele rechter. 4.. Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. 5.. Het dagelijks bestuur kan tevens mandaat verlenen aan de directeur of andere ambtenaren van de dienst, voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen mandatering verzet. Het dagelijks bestuur kan de directeur toestaan ondermandaat te verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel