Naar hoofdinhoud
1.. Het college van een deelnemer dat wenst uit te treden richt het verzoek daartoe aan het algemeen bestuur. 2.. Aan de uittreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden en gevolgen worden verbonden. 3.. Uittreding binnen drie jaar na toetreding is niet mogelijk. 4.. Het algemeen bestuur zendt het in het eerste lid bedoelde verzoek binnen drie maanden na ontvangst aan de colleges en de raden van de deelnemers voor het nemen van een besluit over de aan de uittreding te verbinden voorwaarden en gevolgen zoals bedoeld in het tweede lid onder overlegging van zijn advies. 5.. Alle colleges besluiten over de voorwaarden en gevolgen van uittreding binnen een termijn van drie maanden na de toezending door het algemeen bestuur als bedoeld in het vierde lid. 6.. De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in lid 1 in kennis is gesteld. 7.. Het college van de gemeente Lisse draagt overeenkomstig artikel 26 van de Wet zorg voor: de kennisgeving van het besluit tot uittreding aan Gedeputeerde Staten; de tijdige bekendmaking in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud van het besluit tot uittreding in de Staatscourant. 8.. De nadelige financiële gevolgen voor het samenwerkingsverband, die veroorzaakt worden door de uittreding, inclusief de hierdoor ontstane (wachtgeld)verplichtingen, worden bij de uittredende deelnemer in rekening gebracht. 9.. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen als bedoeld in lid 7 wordt door het algemeen bestuur en de uittredende deelnemer gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. 10.. De uittredende deelnemer is gehouden om binnen zes maanden na uittreding aan de vastgestelde financiële verplichtingen te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel