De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt geheven
door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt
aangemerkt:
a. het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met
inachtneming van de door het college gestelde
voorschriften.
b. het bij aanvang van het parkeren inbellen of aanmelden op een
centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met
inachtneming van de door het college gestelde
voorschriften.
De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt geheven
door voldoening op aangifte.
Afdeling V
Artikel 13
Wijze van heffing
Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft 2016