Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
en/of parkeerapparatuurplaatsen.
Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen
van een vergunning.
Een vergunning kan worden verleend aan:
a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die ingeschreven
staat in de Basisregistratie Personen op een adres in een gebied
waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
bewonersvergunning;
b. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
bedrijfsvergunning;
c. degene, die ingeschreven staat in de Basisregistratie
Personen op een adres binnen een gebied waar
belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve
van het parkeren van een motorvoertuig van bezoekers van
bewoners, te noemen bezoekersvergunning
bewoners;
d. degene, die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied
waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve
van het parkeren van een motorvoertuig van bezoekers van
bedrijven, te noemen bezoekersvergunning
bedrijven;
e. de dierenambulance, medewerkers van de GGZ en professionele
zorginstellingen die eerstelijns hulpverlening bieden in één van
de vergunninggebieden, waarmee geparkeerd kan worden op
belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden,
onder het door het college nader te bepalen voorwaarden, te
noemen zorgverlenersvergunning;
f. een eigenaar of houder van een motorvoertuig, voor zover het
voertuig noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden in
de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie, op
plaatsen als bedoeld in het eerste lid, moet worden geparkeerd,
te noemen aannemersdagvergunning;
g. vervallen;
h. een eigenaar of houder van een motorvoertuig, waarmee
geparkeerd kan worden op belanghebbenden- en
parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen
overallparkeervergunning.
i. hulpdiensten politie en brandweer, waarmee ten behoeve van
het uitvoer geven aan spoedeisende hulpverlening zonder
herkenbare auto, dienen te parkeren op belanghebbenden- en
parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen
functionele vergunning;
j. een voertuig van een autodeelbedrijf, waarmee geparkeerd kan
worden op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle
gebieden, te noemen autodeelvergunning.
k. een houder van een gehandicaptenparkeerkaart, niet uitgegeven
door de gemeente Delft, waarmee geparkeerd kan worden op
belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden,
te noemen gehandicaptenvergunning.
Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook
verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die
niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde
vereisten.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum
aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied, per
categorie en per houder vaststellen.
Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een
goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten, bij
een functiewijziging van een pand of object, het aantal toe te
kennen parkeerproducten te beperken tot het maximale aantal
parkeerproducten dat voor de functiewijziging ten behoeve van
het betreffende pand of object kon worden uitgegeven.
Afdeling II
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft 2016