Naar hoofdinhoud

Artikel 17:

Monumentale bomen

Onderdeel van Bomenverordening

Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, bomen en andere houtopstanden als monumentaal aanwijzen, indien deze naar hun oordeel op grond van de in artikel 7 genoemde criteria van bijzondere betekenis zijn. Zij kunnen bij hun aanwijzing tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Op de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met ingang van de datum waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht heeft plaatsgevonden tot het moment dat inschrijving op de lijst als bedoeld in het vijfde lid plaatsvindt, danwel vaststaat dat de boom of houtopstand niet als monumentaal op de lijst wordt ingeschreven, vindt het bepaalde in artikel 2, tweede lid onder h geen toepassing . Burgemeester en wethouders beslissen omtrent de aanwijzing binnen acht weken of, indien over het ontwerp tijdig een zienswijze kenbaar is gemaakt, binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging als bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Burgemeester en wethouders houden een lijst aan, waarop zij houtopstanden inschrijven, die zij als monumentaal hebben aangewezen, voorzover tegen die aanwijzing binnen de daarvoor gestelde termijn geen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, danwel een tegen die aanwijzing ingesteld beroep is afgewezen. De in het vorige lid genoemde lijst kan drie categorieën van monumentale bomen en houtopstanden bevatten, namelijk: - nationale, geregistreerde; lokale; toekomstige. De in het vijfde lid bedoelde lijst van monumentale houtopstanden omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand. Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid wordt voor een monumentale houtopstand slechts verleend, indien sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, bomen en andere houtopstanden, die zij op grond van dit artikel als monumentaal hebben aangewezen, van de in het vijfde lid bedoeld lijst afvoeren, indien de betreffendehoutopstand: is geveld of op andere wijze teniet is gegaan; naar hun oordeel op grond van de in artikel 7 genoemde criteria niet langer van bijzondere betekenis is. In dat geval zijn de leden 2 t/m 4 van overeenkomstige toepassing. De gemeente bezit een bijzondere onderhoudsplicht voor de eigen monumentale houtopstanden, zoals een goed beheerder betaamt. De gemeente draagt mede zorg voor het structureel onderhoud aan houtopstanden van derden die op grond van dit artikel op de monumentenlijst zijn ingeschreven. Zij verleent daartoe de door haar noodzakelijk geachte diensten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel