Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een
belanghebbende, bomen en andere houtopstanden als monumentaal aanwijzen,
indien deze naar hun oordeel op grond van de in artikel 7 genoemde criteria
van bijzondere betekenis zijn. Zij kunnen bij
hun aanwijzing tevens de boomwaarde als motivering hanteren.
Op de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is de afdeling 3.4 van de
Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Met ingang van de datum waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12
van de Algemene wet bestuursrecht heeft plaatsgevonden tot het moment dat
inschrijving op de lijst als bedoeld in het vijfde lid plaatsvindt, danwel
vaststaat dat de boom of houtopstand niet als monumentaal op de lijst wordt
ingeschreven, vindt het bepaalde in artikel 2, tweede lid onder h geen
toepassing .
Burgemeester en wethouders beslissen omtrent de aanwijzing binnen acht weken
of, indien over het ontwerp tijdig een zienswijze kenbaar is gemaakt, binnen
twaalf weken na de termijn van terinzagelegging als bedoeld in artikel 3:11
van de Algemene wet bestuursrecht.
Burgemeester en wethouders houden een lijst aan, waarop zij houtopstanden
inschrijven, die zij als monumentaal hebben aangewezen, voorzover tegen die
aanwijzing binnen de daarvoor gestelde termijn geen bezwaar is gemaakt of
beroep is ingesteld, danwel een tegen die aanwijzing ingesteld beroep is
afgewezen.
De in het vorige lid genoemde lijst kan drie categorieën van monumentale
bomen en houtopstanden bevatten, namelijk: - nationale, geregistreerde;
lokale; toekomstige.
De in het vijfde lid bedoelde lijst van monumentale houtopstanden omvat in
ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats,
de eigenaar en/of zakelijk
gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand.
Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid wordt voor een
monumentale houtopstand slechts verleend, indien sprake is van een ernstige
bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke
situaties.
Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een
belanghebbende,
bomen en andere houtopstanden, die zij op grond van dit artikel als
monumentaal hebben
aangewezen, van de in het vijfde lid bedoeld lijst afvoeren, indien de
betreffendehoutopstand:
is geveld of op andere wijze teniet is gegaan;
naar hun oordeel op grond van de in artikel 7 genoemde criteria niet langer
van bijzondere betekenis is. In dat geval zijn de leden 2 t/m 4 van
overeenkomstige toepassing.
De gemeente bezit een bijzondere onderhoudsplicht voor de eigen monumentale
houtopstanden, zoals een goed beheerder betaamt.
De gemeente draagt mede zorg voor het structureel onderhoud aan
houtopstanden van
derden die op grond van dit artikel op de monumentenlijst zijn ingeschreven.
Zij verleent
daartoe de door haar noodzakelijk geachte diensten.