Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken of, indien over de
aanvraag zienswijzen naar voren zijn gebracht, binnen twaalf weken na
ontvangst van de aanvraag om vergunning. Binnen deze termijn kunnen zij hun
beslissing met ten hoogste vier weken verdagen. Van deze verdaging stellen
zij de aanvrager, alsmede de belanghebbenden die op grond van artikel 4,
vijfde lid hun zienswijze naar voren hebben gebracht, schriftelijk in
kennis.