Indien een vergunning wordt verleend, nadat daartegen op grond van het
vijfde lid van artikel 4 zienswijzen naar voren zijn gebracht, dan wordt aan
die vergunning in ieder geval het voorschrift verbonden dat hiervan geen
gebruik mag worden gemaakt tot het moment dat:
de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken zonder dat
er bezwaar
is gemaakt of beroep is ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek om voorlopige
voorziening is gedaan.