Naar hoofdinhoud
1.. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; beheersen van het risico verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico, koersrisico en kredietrisico; het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: het uitzetten van overtollige geldmiddelen langer dan 3 maanden gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een AA rating toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus (Moody’s Standard & Poors of Fitch IBCA) en Nederlandse overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%. Voor uitzettingen bij financiële instellingen tot en met 3 maanden geldt een rating van tenminste A toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus; overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is. voor het aantrekken van financieringen voor langer dan één jaar worden tenminste drie prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen, waaronder de huisbankier, gevraagd; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro;. voor de kasgeldlimiet en de rente risiconorm gelden de wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de rente risiconorm dreigen te worden overschreden. 3.. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan de door de Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies van de afdeling Financiën wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de desbetreffende partij. Het college bedingt indien mogelijk zekerheden. 4.. Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit treasurystatuut. Het college zendt het besluit treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

Rechtspraak bij dit artikel