Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 5.

Artikel 4:17

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.In deze afdeling wordt verstaan onder: a.Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met één of meerdere doorgaande stam(men). De diameter van de boom wordt gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Bij meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam; b.Houtopstand: Eén of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; c.Hakhout:Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; d.Knotten/kandelaberen:Het drastisch terugnemen van de kroon. Het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij reeds geknotte of gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; e.Dunning:Velling ter bevordering van het voortbestaan en kwaliteit van de te dunnen houtopstand, te beschouwen als periodiek noodzakelijk onderhoud; f.Bebouwde kom:De bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel