Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

tot en met 4

Onderdeel van Verordening verhoging en verlaging bijstandsnormen

Bij de aanduiding van de categorieën komen de uitgangspunten voor verhoging of verlaging tot uitdrukking. Ten aanzien van alleenstaanden en alleenstaande ouders kan sprake kan zijn van een tweetal situaties: de belanghebbende heeft recht op een toeslag van 10%, of van 20%. Voor gehuwden geldt het spiegelbeeld: de norm wordt verlaagd met 10% of niet verlaagd. Hierop bestaan in beide gevallen 3 uitzonderingen: In geval van zorgbehoefte bij één van de medebewoners wordt de uitkering niet verlaagd (gehuwden) of wordt de maximale toeslag verleend (alleenstaande of alleenstaande ouders) Indien voor de woning geen woonkosten verschuldigd zijn bestaat geen aanspraak op toeslag dan wel is de verlaging maximaal (20%) indien een alleenstaande of alleenstaande wordt opgevangen door de stichting Vrouwenopvang Zoetermeer (VOZ) of het Sociaal Pension, bestaat aanspraak op de maximale toeslag, zolang die opvang duurt. Als voor de woning wel woonkosten verschuldigd zijn maar deze door een derde (bijvoorbeeld de ex-echtgenoot) worden betaald, bestaat wel recht op toeslag. De betaling van de woonkosten wordt dan echter als bijdrage in de bestaanskosten aangemerkt als middel op grond van artikel 31 WWB.

Rechtspraak bij dit artikel