Voor de uitvoering van de verordening is het college verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Alle bepalingen van de verordening worden in de praktijk op grond van een mandaatbesluit uitgevoerd door de directeur Welzijn cq de afdeling Sociale Zaken.
Verhoging of verlaging van de bijstandsnorm laat onverlet dat indien ten aanzien van de belanghebbende een maatregel wordt getroffen wegens een verwijtbare gedraging, de uitkering lager kan zijn. Deze bepaling komt overeen met artikel 30, vierde lid van de wet.
Voorts laat de verordening onverlet dat de bijstand afwijkend kan worden vastgesteld, indien daartoe naar het oordeel van het college de omstandigheden van de belanghebbende aanleiding geven (artikel 18, eerste lid WWB).