Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2

Instelling raadscommissies

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004

1.. De raad heeft de volgende vaste commissies van advies en bijstand. De commissie voor Burger en Bestuur De commissie voor Wonen, Ruimte en Groen De commissie voor Mens en Samenleving. De raad heeft een commissie voor advies en bijstand voor Algemene regionale zaken, deze commissie komt eenmaal per kwartaal bijeen. 2.. Tot het terrein van de commissie voor Burger en Bestuur behoren de beleidsvelden: algemeen bestuurlijke aangelegenheden, burgerzaken, openbare orde en veiligheid, politie- en brandweeraangelegenheden, communicatie en mediabeleid, informatisering en automatisering, ontwikkelingssamenwerking, financiën inclusief het onderzoek naar de jaarrekening en het jaarverslag, economie en bestuurlijke en veiligheidsaspecten van regionale samenwerking. 3.. Tot het terrein van de commissie voor Wonen, Ruimte en Groen behoren de beleidsvelden: Ruimtelijke ordening, grondzaken, volkshuisvesting, bouw- en woningtoezicht, monumenten civiele techniek, infrastructuur, verkeer en vervoer, milieu, gemeentereiniging en de fysieke aspecten van regionale samenwerking. 4.. Tot het terrein van de commissie voor Mens en Samenleving behoren de beleidsvelden: Sociale zaken, gezondheidszorg, gehandicapten, ouderen, jeugd, onderwijs, kinderopvang, emancipatie, kunst en cultuur, sport en recreatie en de sociale aspecten van regionale samenwerking. 5.. Tot het terrein van de commissie Algemene regionale zaken behoren de algemene en commissie-overstijgende regionale ontwikkelingen. 6.. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp behandeld in de commissie die het onderwerp het meest aangaat, tenzij de griffier beslist dat het onderwerp wordt besproken in de afzonderlijke raadscommissies dan wel in een gezamenlijke vergadering van raadscommissies. 7.. Indien een gezamenlijke vergadering wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. 8.. De griffier besluit, desgewenst bijgestaan door het seniorenconvent, over de wijze van behandeling van onderwerpen die niet behoren tot het beleidsterrein van één van de raadscommissies

Rechtspraak bij dit artikel