**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
**a..** de gedraging meer dan een jaar voor constatering ervan door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte een inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
**b..** de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie. De maatregel blijft definitief achterwege indien ter zake strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
**c..** het college hiervoor een dringende reden aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van een dringende reden dan wordt de jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 1
Artikel 4
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Handhavingsverordening WWB en WIJ 2010