**1..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
voorziening in het bestaan zoals bedoeld in de PW dan wel de
verplichtingen genoemd in deze verordening en/of de wet, met
uitzondering van artikel 17, eerste lid, PW en artikel 13 IOAW
en IOAZ, niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich
zeer ernstig misdragen zoals omschreven in artikel 34 van deze
verordening, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging
van de uitkering opgelegd.
**2..** Een verlaging van de uitkering wordt afgestemd op de ernst van
de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan
worden verweten en de omstandigheden waarin hij of zijn gezin
verkeert.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1:
Artikel 20:
Het opleggen van een verlaging van de uitkering
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2016