Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 11

Aan- en aftreden en zittingsduur

Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie WWB enWIJ 2010

1.. Van het aan- of aftreden van nieuwe of vervangende leden van de cliëntenraad wordt het college op de hoogte gesteld. 2.. De zittingsduur van de leden wordt, behoudens tussentijds aftreden, bepaald op 4 jaar, gerekend vanaf de dag dat het lid zitting heeft genomen in de cliëntenraad. 3.. De leden treden gelijktijdig af. De zittingsduur van een lid van de cliëntenraad bedraagt maximaal twee aaneengesloten perioden van 4 jaar. 4.. Indien in de situatie van een lid van de cliëntenraad gedurende zijn zittingsperiode verandering optreedt zodanig dat daardoor de (cliënt)relatie met de afdeling wordt verbroken, dan kan hij de functie blijven waarnemen totdat de plaatsvervanger is aangetreden met een maximale termijn van 6 maanden. 5.. Indien iemand, zijnde een vertegenwoordiger uit een belangenorganisatie, uit de cliëntenraad treedt dan dient uit die organisatie die hij vertegenwoordigde een voordracht voor opvolging te komen. Hiervan kan worden afgeweken wanneer met het oog op een betere afspiegeling de voorkeur moet worden gegeven aan een andere organisatie dan wel wanneer uit een beoogde organisatie geen kandidaten kunnen worden voorgedragen.

Rechtspraak bij dit artikel