**1..** De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de activiteiten dan wel het boekjaar een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de wet in, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders stelt de subsidie vast binnen zes maanden nadat de aanvraag tot vaststelling is ontvangen.
**3..** Het college van burgemeester en wethouders kan de verleende subsidie intrekken, indien:
de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verkregen, heeft beëindigd;
de subsidieontvanger de voorschirften in deze verordening, of de verplichtingen vermeld in de beschikking of in de uitvoeringsovereenkomst bij de beschikking niet is nagekomen;
de subsidieontvanger in surseance van betaling of in staat van faillissement is geraakt.
**4..** Het college van burgemeester en wethouders kan de in het tweede lid vermelde termijn met drie maanden verlengen. Van deze verlenging ontvangst de subsidieontvanger die de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend een mededeling.