Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

Raadgevend referendum: inleidend verzoek.

Onderdeel van Referendumverordening Breda 2016

1.. Een inleidend verzoek om een raadgevend referendum te houden wordt uiterlijk één week voor de plenaire behandeling van het concept raadsbesluit bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt om welk concept raadsbesluit het gaat. 2.. Het inleidend verzoek wordt ondersteund door ten minste 1000 handtekeningen van kiesgerechtigden. Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 3.. De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard formulier, dat ter ondertekening in het gemeentehuis ligt. Bij het plaatsen van een handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. Overigens zal, om deelname aan een referendum zo laagdrempelig mogelijk te maken, in de nabije toekomst, (onder de voorwaarden dat het technisch mogelijk en de beveiliging gewaarborgd is) maximale digitale ondersteuning worden aangeboden. 4.. Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden, beslist de raad, met inachtneming van artikel 2, of het verzoek tot het houden van een referendum wordt ingewilligd. 5.. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept raadsbesluit waarop het referendumverzoek betrekking heeft, in de vergadering van de raad plenair behandeld. 6.. De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel