Inspraak is verplicht verankerd in de verordening. Het artikel is zo geformuleerd dat wordt uitgedrukt dat inspraak niet alleen plaatsvindt wanneer de wet dit verplicht, maar ook wanneer een voornemen ingrijpend van invloed is op de situatie van burgers en instellingen. Inspraak moet dan plaatsvinden op een moment dat er ook nog iets te kiezen is. Alleen wanneer een vorm van participatie heeft plaatsgevonden kan worden besloten inspraak buiten toepassing te laten.
Er is niet voor gekozen om de wettelijke verplichtingen integraal op te nemen in de tekst van artikel 8, omdat bij een nieuwe wettelijke verplichting dan direct de verordening moet worden aangepast. Daarnaast voegt de vermelding niks toe. De wet verplicht immers de inspraak al. Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan bijvoorbeeld op de volgende terreinen:
de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM));
de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26, tweede lid, WM);
de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Participatiewet;
de voorbereiding, vaststelling en wijziging van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing (artikel 12 en artikel 12a Woningwet.
Hoofdstuk
Artikel 8
Onderwerp van inspraak
Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening Geldrop-Mierlo 2015