De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Het college kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Het verwijst dan zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.3a
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe 2006