Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:73a

Carbidschieten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2012

1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Carbidschieten is verboden. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet gedurende de in het Vuurwerkbesluit vermelde tijden waarop het is toegestaan consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen indien: a. gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter, mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu, of b. carbidschieten plaatsvindt op een erf behorende bij een woning buiten de bebouwde kom, waarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud van 60 liter mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: i. er zijn maximaal vier personen aanwezig die carbidschieten, waaronder een meerderjarige bewoner van de betreffende woning die ervoor zorg draagt dat deze voorwaarden worden nageleefd; ii. er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu; iii. er wordt gebruik gemaakt van een zacht voorwerp (bijvoorbeeld een kunststof of een leren bal) als afdichting van de bus; iv. naast de onder i genoemde personen is er geen publiek aanwezig anders dan bewoners van de betreffende woning; v. de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt tot gebouwen van derden bedraagt ten minste 100 meter; vi. het vrijschootsveld bedraagt ten minste 75 meter, dit terrein is in eigendom van of wordt gehuurd of gepacht door een bewoner van de betreffende woning; hierin liggen geen openbare paden of wegen; vii. indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het schietterrein goed te worden verlicht. 4. De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 6. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht. Afdeling 14 Drugsoverlast

Rechtspraak bij dit artikel