Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend:
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
indien de activiteiten zijn verboden bij
bestemmingsplan, beheersverordening of
voorbereidingsbesluit;
door het college in andere gevallen.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
publieke taken worden verricht.
Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
Provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse
infrastructuur.
Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2015