Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
zonder vergunning van de burgemeester.
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie
van de openbare inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
voorbereidingsbesluit.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de
openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
beïnvloed.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van
de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum, of
een bedrijfskantine of -restaurant.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10a beslist de
burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting
behorende terrassen, voor zover deze zich op de weg
bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve
van het terras.
Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid, kan de
burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming
van die weg ten behoeve van een of meer bij de openbare
inrichting horende terrassen weigeren, indien:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan
wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
of voor het doelmatig en veilig gebruik
daarvan;
dat gebruik een belemmering kan worden voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid,
de volksgezondheid of de woon- en leefomgeving in
gevaar komt.
a. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens
een persoon als leidinggevende bij te laten schrijven.
b. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van de
exploitatievergunning.
c. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk de
ontvangst van de aanvraag.
De burgemeester verstrekt op verzoek een gewijzigde
exploitatievergunning indien de openbare inrichting ook
beschikt over een geldige drank- en horecavergunning waarop
ingevolge artikel 30a Drank- en Horecawet één of meer
leidinggevende(n) is/zijn bijgeschreven. Het zevende lid van
dit artikel vindt alsdan geen toepassing.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het
eerste, vijfde en achtste lid.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2015