Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer in de open lucht een geluidsapparaat, een
(recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben
op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens
voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
ontheffing verlenen.
Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het
verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op
het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing
aangewezen categorieën van geluidsapparaten,
(recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt
voldaan aan de door het college vast te stellen
voorschriften ter voorkoming of beperking van
(geluid)hinder.
De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
betreffen:
het maximale geluidsniveau;
de situering van geluidsbronnen;
de frequentie en tijden van gebruik.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4:6a
(Geluid)hinder in de open lucht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2015