**1..** De voorzitter bepaalt dag, plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende(n) en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
**2..** In voorkomend geval beslist de voorzitter over de mogelijkheid om af te zien van het horen van belanghebbende(n) op grond van artikel 7:3 van de wet.
**3..** Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.5
Vaststelling hoorzitting en uitnodiging
Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften Oldenzaal 2011